Geschiedenis

In de jaren ’70 van de vorige eeuw groeide de acceptatie van homoseksualiteit in Nederland, ook in de kerken. Op verschillende plaatsen waren groepen ‘kerk en homoseksualiteit’ actief. In 1972 werd de eerste openlijk homoseksuele predikant in de toenmalige Nederlands Hervormde kerk bevestigd in Koog aan de Zaan/Zaandijk; geleidelijk kwamen er meer. Ook op ‘hoger’, landelijk niveau werd de houding positiever. In 1972 besloot de Lutherse synode dat homo’s ook tot de ambten toegelaten konden worden, de Gereformeerde Kerken volgden in 1979.

Verbanden
Bij de uitspraak van de synode van de Gereformeerde Kerken was een groepje homoseksuele theologen betrokken. Zij kwamen een aantal weekenden met collega’s bijeen om elkaar te leren kennen en een onderlinge band op te bouwen. Hier ontstond het idee een werkverband op te richten. Het werden er uiteindelijk twee: een protestants en een rooms-katholiek werkverband. In de Rooms-Katholieke Kerk lagen de problemen namelijk zo anders dan in de protestantse kerken dat het niet zinvol leek om beide groepen theologen in één werkverband onder te brengen.
Op 19 oktober 1979 kwamen zo’n vijftig protestantse theologen bij elkaar in Nijkerk in het kerkelijk centrum “De Schakel” – de naam deed velen gniffelen want de disco van COC Amsterdam droeg dezelfde naam. Op deze vergadering werd het Werkverband van Homofiele Theologen (WHT) opgericht, waarvan de naam vrij snel gewijzigd zou worden in Werkverband van Homo Theologen. Het Werkverband was moedig en strijdbaar. Duidelijk moest zijn dat zijzelf homoseksueel waren: zij wilden zichtbaar zijn. Zeker bestuursleden zouden met naam en toenaam genoemd moeten kunnen worden. Was het daarom dat het wel veel moeite kostte om bestuursleden te vinden?

Hervorming
Het eerste bestuur werd gevormd door Hans Stolp (voorzitter), Siep Rosendal, Ria Hartmann en Frits Brommet (secretaris). Zij besloten dat, nu de gereformeerde synode zich had uitgesproken voor acceptatie van homo’s in het ambt, ook de Hervormde synode zo’n stap zou moeten zetten.
De twee hervormde bestuursleden Hans Stolp en Frits Brommet namen contact op met de toenmalige secretaris-generaal van de synode, dr. A.H. van den Heuvel. Het synodesecretariaat zetelde in een statig, koloniaal ogend pand aan de Carnegielaan in Den Haag: in het midden een centraal trappenhuis van hout rondom een vierkante vide, overal lambrisering, een overloop op iedere verdieping rondom. Op een bankje in de hal zaten Stolp en Brommet te wachten – nooit eerder hadden ze zich zo “voelen zitten”. Totdat Van den Heuvel met open armen zijn kamer uitkwam en hen begrootte met de woorden “Broeders, komt binnen”. De spanning was meteen weg. In het gesprek benadrukten Stolp en Brommet dat het gesprek over homoseksualiteit binnen de kerk gevoegd moest worden, dat de kerk zou moeten uitspreken dat homo’s net zo goed als hetero’s gemeentelid en ambtsdrager konden zijn, en dat homo’s actief deelnemer moesten zijn aan de gesprekken. In de loop van de jaren ’80 werden er veel gesprekken gevoerd waaraan het Werkverband actief heeft bijgedragen. In 1984 werd door de commissie die voor dit gesprek benoemd was de gespreksnota “Verwarring en herkenning” uitgegeven. Uiteindelijk sprak de Generale Synode in juni 1989 uit dat er geen enkel bezwaar was tegen homoseksuele mannen en vrouwen in de diverse ambten en functies van de Nederlands Hervormde Kerk.

Dwarsverbanden
Daarnaast was het Werkverband ook een plek waar homotheologen met elkaar in gesprek konden gaan over persoonlijke vragen: hoe ga ik om met mijn homo-zijn? Hoe vertel ik het de kerkenraad? Hoe stel ik mij op in het beroepingswerk? Op een gegeven moment werd een studiegroep gevormd die zich bezig ging houden met theologische bijdragen. Een bundeltje flikkertheologie werd samengesteld, maar dat kwam nooit verder dan het stadium van een stapel fotokopieën. Wel publiceerden Franz Joseph Hirs en Rinse Reeling Brouwer in 1985 De verlossing van ons lichaam: tegen natuurlijke theologie.
Na de drukke jaren ’80 werd het in het volgende decennium wat rustiger. Er waren meer groepen rond kerk en homoseksualiteit actief geworden, en voor de coördinatie daarvan en voor de actie werd in 1987 het LKP opgericht, het Landelijk KoördinatiePunt groepen kerk en homoseksualiteit. Wel bleef het Werkverband regelmatig bij elkaar komen en deelnemen aan verschillende activiteiten. Bij de oprichting van het European Forum of LGBT Christian Groups in 1982 sloot het Werkverband zich daarbij aan, waardoor ook internationaal meer contacten ontstonden.

Van homo naar queer
Waar het WHT vanouds grotendeels bestond uit protestantse homoseksuele predikanten, verbreedde het ledenbestand zich door aansluiting van meer vrouwen, meer theologen in andere professies, meer theologen van buiten de PKN en mensen die op andere manieren queer zijn.
In 2009 nam het bestuur het initiatief om een visie en missie te verwoorden. Daarin werd uiteindelijk besloten de naam de wijzigen in Werkverband van Queer Theologen, waarin ‘queer’ een geuzennaam is voor het homo of lesbisch, biseksueel of transseksueel zijn, een aanduiding voor het kritisch omgaan met alle hokjes en vakjes van homo/seksualiteit. In de missie werd aangegeven dat het Werkverband drie kerntaken heeft: ontmoeting, bezinning en actie. In 2013 besloot het bestuur dat de capaciteit en het karakter van het Werkverband een (meer) bescheiden invulling van die derde kerntaak vereisten: het Werkverband kan zeker inhoudelijke bijdragen leveren aan kerkelijke en maatschappelijke debatten, maar op actuele kwesties ingaan is primair de rol van het LKP en daarin vervult het Werkverband graag de rol van ‘denktank’.
In het kader van de koerswijziging van homo naar queer en met meer nadruk op studie, namen Adriaan van Klinken en Nienke Pruiksma in 2009 het initiatief voor een bundel met queer interpretaties van de Bijbel. Eind 2010 werd Onder de regenboog: de Bijbel queer gelezen (Uitgeverij Skandalon) in Utrecht gepresenteerd. Het merendeel van de veertien auteurs is aangesloten bij het Werkverband.

Tekst: Frits Brommet en Marco Derks

Advertenties